Beleidsplan 2005-2009
01. Inleiding
Algemeen
De ontwikkelingen in de maatschappij, maar ook in de kerk, gaan snel. De om ons heen grijpende individualisering gaat niet aan het kerkelijke leven van de Hervormde gemeente te Den Ham voorbij. De gemeente dreigt soms geen gemeenschap meer te zijn, maar een verzameling van individuen. De samenhang in de plaatselijke gemeente dreigt te verdwijnen. Respectvol omgaan met elkaar in de geloofsbeleving van het gemeente zijn in een veelkleurige gemeente, verdient dan ook voortdurende aandacht.
Het is daarom goed dat er voortdurend een bezinning plaatsvindt op de toekomst van onze gemeente.
De Kerk
Wij geloven, dat deze toekomst vastligt in de handen van de God van Israël. Wij geloven dat de Kerk - dat is de katholieke christelijke kerk -, ook in de komende jaren, geleid wordt door de Heer van de Kerk, zijnde de Zoon van God, onze Here Jezus Christus. En als we het over de Kerk hebben, belijden we dat de Kerk van onze goede God is. Christus geeft ons samen met God de Vader, de Heilige Geest de opdracht om Hem te dienen, om te leven vanuit Zijn kracht en om gemeente te zijn levend door de kracht van het Woord van God zoals dat neergeschreven is in de Bijbel.
De kerkenraad
Dit geloof ontslaat ons niet van onze verantwoordelijkheid om ons regelmatig en grondig rekenschap te geven van wat in onze gemeente leeft. De kerkenraad zal altijd een open oor moeten hebben voor de gemeente in haar geheel. De kerkenraad vertegenwoordigt immers de leden van de Hervormde gemeente te Den Ham, maar treedt niet op als plaatsvervanger van de gemeente. Alle leden van de gemeente zijn drager van de vele gaven die de Here God de gemeente, als het Lichaam van Christus, geeft. De opbouw van de gemeente is niet voorbehouden aan alleen maar de kerkenraad. Ook andere gemeenteleden denken en doen mee.
Daarnaast zal de kerkenraad in deze gemeente voeling moeten hebben met de tijd waarin wij leven.
Typering van de huidige gemeente
Eeuwenlang is hier het Woord van God gepreekt en zijn de sacramenten bediend.
De gemeente komt voort en staat in de gereformeerde traditie, dat wil zeggen geworteld in het gedachtegoed van Calvijn. Dat heeft zijn uitwerking in de preken, de liturgische vormgeving van de eredienst, in de beleving van het gemeente zijn, de visie op de ambten en in haar positie ten opzichte van de samenwerking met andere plaatselijke christelijke gemeenten.
Desondanks zijn er allerlei krachten gaande, die invloed uitoefenen op deze typering. Dit is overigens niet typisch voor de gemeente in Den Ham.
De gemeente is geen homogene gemeente meer, maar is veel meer als veelkleurig te beschouwen met een zekere behoefte om geleidelijk afstand te doen van traditionele vormen. Kerkgang en het doen van belijdenis onder jongeren is geen vanzelfsprekendheid meer. Er worden door gemeenteleden, meer dan voorheen, bewuste keuzes gemaakt, die opnieuw niet meer uitsluitend gebonden zijn aan de traditie. Er zijn in de loop der jaren enige liturgische aanpassingen doorgevoerd, waarbij de invoering van het gebruik van het Liedboek voor de kerken inclusief het zingen van andere liederen dan Psalmen in de eredienst het meest in het oog springt.
De gemeente heeft een kerkenraad met twee predikanten. De gemeente kent geen organisatorische wijkgemeenten en twee pastoraatwijken. Daardoor wordt maximaal tot uitdrukking gebracht dat hervormd Den Ham rondom Gods Woord één gemeente wil zijn. De gemeenteleden wensen die eenheid te handhaven.
De gemeente laat zich niet als een open en getuigende gemeente omschrijven. Zij is veelmeer te typeren als redelijk behoudende gemeente met enige hang naar traditionele vormen en uitingen. De gemeenteleden hebben tot op heden weinig invloed op het gemeentelijke beleid.
Er zijn binnen de gemeente veel vrijwilligers actief; in die zin is er sprake van betrokkenheid. De activiteiten echter worden zeer matig bezocht. In dat opzicht is er sprake van geringe betrokkenheid.
De waardering van het gemeentelijke leven in de Hervormde gemeente te Den Ham in de afgelopen jaren was veelmeer gelegen in het grote aantal kerkgangers (meer dan 1000 in 1990) en het grote aantal jongeren dat de catechese volgde.
Op zich prachtige gegevens, maar hierdoor kwam de kern van het gemeente zijn - het omzien naar elkaar, vanuit het discipel zijn van de Here van de Kerk - buiten het gezichtsveld van gemeente en kerkenraad te liggen. De gemeente heeft de neiging te verzakelijken en daarom te verkillen. Kennis van het Woord en het beleven van het Woord en daaruit het doen van het Woord dreigen uiteen te vallen. In de traditie van de gemeente is het omzien naar elkaar nog zeker aanwezig; het charismatisch leiderschap vanuit de kerkenraad wordt echter gemist. De tijd dringt om juist aan bovenstaande aandacht te besteden, wil de secularisatie in hervormd Den Ham niet nog verder voet aan de grond krijgen.
De kerkenraad van de Hervormde gemeente te Den Ham, maar ook de gemeente zelf zal de komende jaren veel moeten investeren in vorming en toerusting. Alle prioriteit zal aan dat beleidsonderdeel gegeven moeten worden gegeven.
De gemeente
Net zo goed als de maatschappij, waar ook ter wereld, niet maakbaar is door uitsluitend handelingen van mensen, is de Kerk en dus ook onze kerkelijke gemeente in Den Ham niet maakbaar door menselijk handelen. Voortdurend zal het handelen in de plaatselijke gemeente getoetst moeten worden aan datgene wat de Here God van Zijn gemeente vraagt. God vraagt ons in ieder geval navolgers te zijn van Jezus Christus, de Heer van de Kerk en dus ook van onze plaatselijke gemeente.
In die navolging van de Here Jezus zullen gemeenteleden, persoonlijk, Hem als de Here van ons Leven moeten erkennen. Deze heilige opgave zal eerbiedig, luisterend, biddend en werkend gestalte moeten krijgen. Ieder lid van de gemeente, alsook de gemeente zelf, zal dat pas kunnen in het besef, daartoe zelf niet in staat te zijn. Ieder lid van de gemeente en de gemeente zelf zal het Heil in Jezus Christus moeten zoeken in het geloof, dat dit heilige zoeken zeker leidt tot een heilig vinden.
Onze verwachtingen zullen echter bescheiden moeten zijn.
Gemeenteopbouw
Het kerkelijk leven in hervormd Den Ham lijkt door de jaren heen in een kramp geschoten te zijn, al dan niet versterkt door de kerkverlating.
Het leven met de Bijbel, de kennis van de Bijbel en het erover durven spreken in ons geloof is tanende. De Geest maakt het Woord levend staat er in de Bijbel. De vraag dringt zich aan ons op of de Geest nog wel de kans krijgt. Zijn wij mensen niet wat bang geworden voor het Woord.
De Kerk is de gemeenschap van mensen die iets met God en met elkaar hebben. En als ze het goed met elkaar hebben, zal dat zijn uitwerking hebben op mensen die in die zorg, dat omzien naar elkaar, willen delen. Dat is niet alleen maar theorie (leer), maar moet ook gevoeld (beleefd) worden
Vanuit deze grondhouding zal een evenwichtige opbouw van de gemeente prioriteit moeten krijgen. Pas als we zelf een warme gemeenschap zijn als discipelen van Christus kunnen we warmte uitstralen. Een kerk die huis-aan-huis blaadjes rondbrengt en roept dat ze evangeliserend werkt is twijfelachtig. Dan gaat het om de buitenkant.
Wat ons betreft ligt daar de uitdaging voor de komende jaren; in de geloofswetenschap dat niet wij de Kerk bouwen, maar dat God zelf Zijn Kerk bouwt en instandhoudt. Dit ontslaat ons niet van onze verantwoordelijkheid om dat te doen wat we als navolgers van Christus behoren te doen in Zijn opdracht.
Juist om aan bovenstaande inhoud te geven is gewerkt aan het opstellen van een beleidsplan voor de periode van 2005 tot en met 2009. Een beleidsplan dat door de kerkenraad wordt vastgesteld, nadat de gemeente hierover is gehoord.
De toekomst van kerk en geloof
Veel christenen maken zich zorgen over de toekomst van kerk en geloof. De tekenen zijn niet gunstig: het nog steeds dalende kerkbezoek, de afnemende belangstelling voor traditionele vormen van geloof en een steeds minder herkenbaar christelijk leven.
Naast de voor iedereen zichtbare teruggang, zou er wel eens een "stille" verandering kunnen hebben plaatsgevonden, die een veel grotere betekenis heeft dan wat gangbaar met secularisatie wordt aangegeven. Het is voor heel veel mensen moeilijker geworden om geestelijk te denken. Het is daarom ook veel moeilijker om een geestelijk leven te hebben en om God en geloof belangrijk te vinden. Van een echte, eigen, herkenbare levenspraktijk kan dan heel moeilijk iets terechtkomen.
De mens in onze westerse samenleving heeft een werkelijke verandering ondergaan in denken en doen. Ook in het geloof. Ons denken is gericht op het exacte, meetbare en voorspelbare.
De wereld is echter breder en dieper dan de meetbare manier van denken. Wij zijn zo thuis in de materiele wereld, dat we moeite hebben om te zien wat buiten de werkelijkheid van dat materiele ligt.
Het opnieuw doordenken van wat de “echte” werkelijkheid is zou wel eens de grootste bijdrage kunnen zijn voor vernieuwing en herstel van het geloof. Dat is geen oproep tot zwijmelarij of vage religiositeit, maar een oproep tot bekering van heel het hart, heel de ziel en heel het verstand, leidend tot een geestelijke manier van leven en laten leven.
| < Vorige | Volgende > |
|---|
